PDF Afdrukken E-mail

Coachtaal 

Om als coaches onder elkaar en met de judoka's te kunnen praten over judo is er nood aan een aangepaste taal.  De klassieke Japanse terminologie laat niet toe om alle coachsituaties te beschrijven.  Onderstaand vind je alfabetisch enkele voorstellen voor een aanvullend judojargon.

coachgebaren    Gebaren waarmee de coach non-verbaal technisch-tactische instructies kan geven aan een judoka.

dierentemmermethode    Methode van techniekontwikkeling bij wedstrijdjudoka's/topjudoka's gebaseerd op de observatie van hun houdingen en manieren van bewegen en op de technische mogelijkheden die dat gedrag in zich heeft.  Het naar het bewuste niveau halen en het opnemen in de technisch-tactische training van eenmalige spontane techniekuitvoeringen van wedstrijdjudoka's tijdens randori of wedstrijd.

drie dimensies van het podium    Om met succes aan judowedstrijden deel te nemen, zijn drie kwaliteiten van belang: de fysieke conditie, de technisch-tactische conditie (het judo), de mentale conditie.  De drie dimensies moeten getraind worden en op elkaar afgesteld worden.

drie P's    Elke (hybridische) trainingsvorm kan beschreven worden aan de hand van de drie P's: Purpose/doel (het doel van de trainingsvorm; wat wens je er mee te bereiken), Protocol (de uitvoeringsmodaliteiten die moeten garanderen dat het doel kan bereikt worden), Progression, periodisation/progressie, periodisering (de miniperiodisering binnen een trainingsvorm, de opeenvolging van nieuwe prikkels).

fine tuning    De competitietraining vlak voor de doelwedstrijd die er moet voor zorgen dat de drie dimensies van het podium ieder op zich op een hoogtepunt staan én dat ze optimaal samenwerken.  De fine tuning moet de kans op een flow tijdens de wedstrijddag zo hoog mogelijk maken.

hybridische trainingsvorm    Om de transfer van het getrainde naar de wedstrijdsituatie zo groot mogelijk te maken, om de judoka zo goed mogelijk voor de bereiden op de maximale interactieve spelsituatie van de wedstrijd, maken hybridische trainingsvormen gebruik van meerdere traditionele trainingsvormen tegelijk, kunnen ze verschillende onderdelen van de trainingssessie overlappen en kunnen ze tegelijk een technisch-tactisch doel én een fysiek/mentaal doel nastreven.

individueel techniekcomplex    Het geheel van scoretechnieken van een wedstrijdjudoka/topjudoka samen met de bijhorende kumi kata en bewegingspatronen en met de onderlinge verbindingen tussen de scoretechnieken.

judoleergroep    Een team van judoka's dat functioneert als een groep individuen die van elkaar leren via aangepaste trainingsvormen en die elkaar motiveren.

kaketraining    Training van de laatste fase van een worp.  Uke oefent in het wegdraaien zodat hij niet met een scorend lichaamsdeel de mat raakt. Tori traint in het naar de mat (bij-)sturen van uke zodat die neerkomt op een lichaamsdeel dat een score geeft.  

kernpositie    De centrale positie, het scharnier,  in een techniekcomplex.

matpatroon    Het leggen van de rode en groene matten in speciale patronen (bvb. dambordpatroon, zebrapatroon, minimatpatroon...) die trainingsvormen mogelijk maken die speciale doelen nastreven.

maximale interactieve spelsituatie    De judowedstrijd is een maximale interactieve spelsituatie.  Het interactief intentioneel en situationeel bewegen van de judoka's wordt maximaal door de inzet en door de specifieke wedstrijdcontext van wedstrijdmat, scheidsrechters, coach en publiek: het judospel als duel.

nonstoptraining    Hybridische training waarin tegelijk uithouding en techniek-tactiek getraind worden.  Tijdens een nonstoptraining staan de judoka's op geen enkel moment stil.  Terwijl_ de coach een opdracht toont, lopen de judoka's rond de mat.  Bij hajime beginnen zij aan de uitvoering van de opdracht; bij beëindiging lopen ze dadelijk rond in afwachting van de volgende demonstratie en opdracht.

paratechnieken    Paratechnieken (para betekent 'gelijkend op') situeren zich tussen pure techniek (hoe een beweging uitvoeren) en tactiek (in welke situatie een beweging uitvoeren of hoe een techniek uitvoeren aangepast aan de situatie).  Het zijn manieren van doen: gehelen van aandachtspunten in bepaalde situaties.

ploegnagekomi    Nage komi met een kleine groep (4 tot 6 judoka's ) waarbij werpen en vallen billijk verdeeld zijn, geïnspireerd door de trainingsvormen bij ploegsporten waarbij de sporters vaak in vaste patronen door elkaar lopen.

probeertechniek    Via opdrachten wordt een nieuwe techniek door een judoka uitgetest in randori.

randorivorm    Een traditionele randori is een 'open' oefening.  Door het geven van een opdracht en door het afbakenen van een situatie wordt de randori een randorivorm en 'halfopen' waardoor specifieke technisch-tactische, fysieke of mentale doelen kunnen nagestreefd worden.

scène    Bij mentale verbeelding (imaginatie) is een scène een kort probleem gesteld aan de hand van de formulering "Wat zou je doen als...."  

scénario    Bij mentale verbeelding (imaginatie) bestaat een scénario uit een opeenvolging van scènes, een verhaal dat een wedstrijd vertelt en dat de judoka voor een aantal problemen plaatst. 

scorerandori    Bij deze randorivormen moeten de judoka's telkens streven naar een snelle score.

scoretechniek    Een techniek waarmee een judoka reeds scoort in wedstrijd.

situatierandori    Deze randorivormen focussen op het oefenen van technieken in tactische situaties.

techniekcomplex    Een geheel van variante vormen, voorbereidingen op, verdedigingen tegen, schakels en overnames op een bepaalde techniek of situatie.

techniekketting    Een hybridische trainingsvorm waarbij verschillende technieken als schakels van een ketting aan elkaar hangen en waarbij beide judoka's oefenen, in tegenstelling tot traditionele uchi komi en nage komi.

toets aan de realiteit    Tijdens competitietraining is een voortdurend testen van de efficiëntie van het getrainde nodig.  Tijdens het uitvoeren van hybridische trainingsvormen vormt de kakefase dé toets bij worpen.  Indien de kake vlot, in het juiste ritme en in een snel tempo gebeurt, kan je er vanuit gaan dat de techniek goed zit.  Dé toetssteen in ne waza is de controle van tori over uke.  Deze toets gebeurt door een kort randorimoment in te bouwen. Bijvoorbeeld na elke uchi komi van juji gatame tot de kernpositie volgt een randorimoment van 3 sec.  Indien tori uke onder controle kan houden, zit zijn juji-aanval goed.

wedstrijdrandori    Om de wedstrijdspecificiteit van de randori zo groot mogelijk te maken, verlopen deze randorivormen volgens (onderdelen van) de tijdsstructuur van een wedstrijd.

work in progress-techniek    Een techniek die een judoka regelmatig oefent, maar waarmee hij nog niet scoort.

 
Copyright - Alle teksten, tekeningen, video's en foto's blijven eigendom van de respectievelijke auteurs